Semi-poëtische bespiegelingen van mijn onrustige gemoed
Ik ben een dichter, noch een componist
hoe graag ik dat ook zou willen
aanvaarden.
Dit is mijn land. Pim Fortuyn is de grootste Nederlander.
Hoe komt het toch dat alle componisten
willen dichten?
En dat schrijvers liever componeerden?
Beseffen ze dan niet dat
ze allemaal hetzelfde doen?
Allemaal hetzelfde.
Gister at ik forelfilet, op het vel gebakken
met een saus van witte wijn
en zongedroogde tomaten.
Ik heb eens bij de koningin gedineerd
maar niemand die dat wil geloven.
Het eten daar was minder lekker
dan dat van gister.
Forelfilet, op het vel gebakken
met een saus van witte wijn.
Ik ben geheelonthouder.
Meestal.
Misschien moest ik toch maar architect worden.
Dat wilde ik als kind al.
Toen dichtte ik mijn beste liedjes en zong ze goed.
Of kok, maar het bestaan van een muzikant
is mij te zwaar.
Soms weet je iets zeker, maar dat mag je dan niet zeggen.
Want dan vinden ze je arrogant.
Maar soms voel je dat gewoon. Dat iets goed is
of slecht, maar dan toch een kans krijgt.
Zo zag ik net H. Ze stak over bij de Dam.
Waarom heeft ze tegenwoordig toch overal haar viool bij zich?
Ik voelde al dat ik iemand zou ontmoeten vandaag. Een bekende.
Ik wist alleen nog niet wie.
Nee, kok zal ik wel nooit worden. Componist misschien.
Ik weet wel wat ik wil, maar niet wat ik voel.
Ik wil jou. Heb je dat nu nog niet door?
Ik wil je horen. Dus begin nu maar vast. Daar schaam ik me dan niet voor.
Ik blijf mezelf verbazen.
En zelfs daar kijk ik niet meer van op.