Als een fantasie
Voor Daan Manneke
Gedicht over een muziekstuk bij een gedicht over een muziekstuk
Ze voert me mee langs ravijnen van brokkelig gesteente, niet
bang om in de diepte te turen.
Maar ik hou mijn ogen gesloten en
hoor het prevelen, steeds het prevelen van water.
We zullen zwijgen. Omdat het water
dat vraagt.
De zon is warm als altijd. En zij neemt me bij
de hand, mijn hand van eelt.
We lopen door, steeds maar
verder. Voorbij de beek, die in
zichzelve spreekt.
En daar – de wind heft aan – vlagen
van snaren, ruisend, en de klank van metaal op metaal.
Ze voert me mee langs ravijnen, nimmer bang voor hun zwarte diepte
(want ze weet waar we niet meer zwijgen), langs de zon en zelfs
voorbij de beek. Tot aan de eindelijke weiden van de rust.
Ze laat me los.
Ik doe mijn ogen open.
(Gebaseerd op ‘Clara Haskil’ van Ida Gerhardt)